Nog 41 dagen, 5 uren en 26 minuten tot 20 januari 2019...

fire up new quote!

Laatste Blog Entry

Kappen nou!

Door: Frank Schröer, geplaatst op: 30-09-2018


Als inwoner van Westerbork en omgeving ben je gezegend met het groen om je heen. Zeg nou zelf, waar in Nederland vind je midden in het dorp genoeg bos om een geheel Survivalrunparcours doorheen te bouwen? Vanaf november begint de bouw van het parcours en zie je meteen plukjes survivalatleten door de bosjes huppelen om alvast illegaal de hindernissen te proberen.

Het is net als bij de TT na de race de moeite waard om je klapstoeltje naast de moeilijke hindernissen te zetten. Kijk je bij de TT op je stoeltje naar een stroom van duizenden motoren die na de race via de A28 huiswaarts keren, zo kijk je bij het survivalrunparours naar tientallen stoethaspels en echte atleten die zich door de hindernissen trainen. Uitgebreide discussies van mensen die de hindernissen van alle kanten bekijken en proberen, net zo lang tot ze de ideale weg hebben gevonden om er doorheen te komen.

Dit jaar zul je op zoek moeten gaan waar die hindernissen nu weer staan. Ze zijn verplaatst. Waarom? Nou heel simpel: om het bos levendig te houden, moet onderhoud worden gepleegd aan de bossen. Bomen moeten worden gekapt om ruimte te geven aan buurbomen en zieke bomen moeten worden verwijderd. Klinkt logisch toch? De gemeente-mannen waren nog niet weg of een social media storm stak op. De ambtenaren hadden wel heel erg huis gehouden. Wat heet, een kaalslag was het resultaat. Woestenij en ellende all over the place. Ik had het van een afstandje gevolgd, tot het mij na een survivaltraining duidelijk werd dat het voor mijn geliefde survivalrunsport ook grote gevolgen had. De hindernissen die in Westerbork staan, zijn uitgemeten op verschillende bomen in het bos. Daarmee hebben ze de juiste afstand en hoogte. En die bomen zijn weg! Gloeiende gloeiende. Jarenlang werk in één kap weg. Nu zijn de heren van Stichting Survivalrun Westbork niet voor een kleintje vervaard. Eelt op hun ziel en eelt op hun handen. Zij zullen er voor zorgen dat de twaalfde editie van ’t Stokertje survivalrun mooier wordt dan ooit, daar ben ik zeker van. Maar tegen de gemeente zou ik willen zeggen: onderhoud aan bos en bomen is noodzakelijk, maar nou kappen!

Tien punten

Door: Frank Schröer, geplaatst op: 02-01-2018


De verschillende survivalrunbesturen laten het niet na om in hun kranten en magazines -die ze voor hun run uitbrengen- de loftrompet uit te steken voor de vrijwilliger. En terecht! Als deelnemer heb je gewoon niet door wat er bij komt kijken om een survivalrun met 1500 deelnemers te organiseren.

Tuurlijk, je ziet de mannen en vrouwen bij de hindernissen, de verkeersbegeleider, de verkeerswacht, de verversingsposten onderweg, de starter, de finisher, de shirtuitgifte, de tassenbewaarders en dan vergeet ik nog degene die lunchpakketjes maakt de dag voor de run voor alle vrijwilligers, de inschrijvers, de parcoursbouwers en ja, nog ben ik niet compleet.

Maar ik wil het vandaag even specifiek hebben over de jury bij de hindernissen. Daar ontwaar ik een kloof. Niet de immers veel bediscussieerde kloof tussen de randstad en de provincie -ik wil niemand de zwarte piet toespelen- maar er is toch een kloof. Als je goed kijkt worden de meeste runs georganiseerd in het Saksisch taalgebied plus Friesland. Het loopt van de bakermat van de survivalrun –de Achterhoek- via Twente, Drenthe, Groningen naar Friesland. In al die illustere plaatsjes als Harreveld, Wesepe, Havelte, Boerakker en De Knipe vind je vrijwilligers uit het dorp. In het dorp heerst nog gemeenschapszin en hebben de dorpelingen het er voor over om een hele dag –of soms drie dagen- vrijwillig te jureren bij een hindernis. Kom je aan het eind van deze reeks in Leeuwarden aan, dan is het andere koek. De vrijwillige juryleden zijn in de stad grotendeels vervangen door scholieren/studenten van een sportopleiding die voor studiepunten staan te jureren. Dat doen ze goed trouwens. Geen kwaad woord daarover. Het valt me alleen op.

Ik was dan ook heel benieuwd hoe het zou zijn in Doorn. Voor het eerst van mijn leven liep ik afgelopen november een survivalrun in het ‘Wilde Westen’. Een prachtige run door de Utrechtse Heuvelrug georganiseerd door een klein dorpje met zo’n 10.000 inwoners. Met? Jawel, juryleden van de regionale sport-MBO, die voor hun studiepunten bij de hindernissen stonden. Dat deden ze trouwens uitstekend, enthousiast en voorkomend!

Maakt het uit? Een run is een run immers. Als je maar juryleden hebt, toch? Klopt, maar ik ben er toch wel trots op dat we het in onze kleine dorpen kunnen redden met enthousiaste vrijwillige dorpelingen. Het ademt precies uit wat de survivalsport voor velen is: saamhorigheid. Tien punten voor deze kanjers!

Prioritijd

Door: Frank Schröer, geplaatst op: 24-11-2016


Prioritijd? Moet dat niet prioriteit zijn? Nee, het wordt u later wel duidelijk waarom.

Kijk, ik ben trots lid van Valtjemet Survivalrunners. De nog steeds groeiende survivalrunclub uit Westerbork. Zo’n 150 leden kent de vereniging inmiddels. Toen ik in 2013 bij de club wordt toegelaten, was het ledental 80. Een rekensom leert dat het ledenaantal van de club in 3 jaar tijd is verdubbeld. Dat aantal had nog groter kunnen zijn, maar de baancapaciteit laat dat niet toe. Hoewel wij een forse, fiere baan hebben, opgebouwd met bloed, zweet en tranen van de eigen leden (nou ja, doorgaans een klein clubje dezelfde getrouwen van die leden), is de capaciteit niet eindeloos. Mochten de 150 leden allemaal besluiten om te komen trainen, dan krijg je Bijenkorftoestanden. U herinnert zich wellicht de drie dwaze dagen van de Bijenkorf nog? Drie dagen waar er een slachting plaatsvond in de sjieke winkels. Waar keurige mevrouwen elkaar de hersens insloegen voor een Pradaschoentje met 30% korting. Ons verstandige bestuur wil dat voorkomen en heeft een ledenstop en kijkt per periode of er weer leden bij kunnen.

De praktijk is dat er nooit 150 leden tegelijk zijn. Oorzaak? Prioritijd! Als je weer eens met een lid meetraint die je een tijd niet hebt gezien is dat meestal de oorzaak. “Tja, ik ben een tijdje niet geweest, ik zou wel meer willen trainen, maar ik heb geen tijd.” Geen tijd? Geen tijd?? Geen prioriteit!! Iedereen heeft namelijk evenveel tijd. Er zitten 60 minuten in een uur, 24 uren in een dag en 7 dagen in een week. Voor de minister-president, de loodgieter en de scholier. Iedereen beslist zelf waar hij zijn prioriteiten legt. Vind je werk belangrijk, dan steek je daar de meeste tijd in. Mag je graag lezen, doe je dat toch lekker. Is je hobby naakt punniken op een marktplein in Saoedi Arabië? Be my guest. Is de sirtika dansen op een vulkaan in Noord-Limburg jouw ding, so be it. Maar loop niet te zeuren dat je geen tijd hebt om te sporten. Je hebt tijd! Alleen geen prioritijd. Even goede vrienden. Ieder maakt zijn keuzes. Maar loop dat dan niet elke keer als excuus op te voeren.

Zo dat lucht op. Teit om mijn sportschoenen aan te doen (haha natuurlijk niet. Teit voor een biertje, je kunt niet altijd sporten).

80 jaar en ouder: my ticket to fame!

Door: Frank Schröer, geplaatst op: 09-12-2015


Je kunt van volleybal zeggen wat je wilt, maar in die sport blijf je eeuwig jong.

Als je als 18-jarige de overstap maakt naar de senioren, dan blijf je senior tot je dood. Ik vind niets erger dan een veteranen, bejaarden of net-overleden-klasse. Een team waarin een 18-jarige en een 64-jarige zit, is een team. In de ranglijsten van de volleybalsport staan de leeftijdscategorieën niet vermeld. Hoe anders is dit met duursporten en –eigenlijk ook wel tot mijn verdriet- de survivalsport. In de uitslag tref je achter de namen van de overlevers die de 40 gepasseerd zijn het stigmatiserende 40+ aan. Mocht je de jaren veertig zijn gepasseerd dan krijg je zelfs een 50+ achter je naam bij het volbrengen van de run. Recentelijk zag ik in de lijsten zelfs al een 60+er. Weg met dat stigma! Of je nu 20 bent of 80 je loopt allemaal hetzelfde circuit of parcours en je levert allemaal dezelfde prestatie. Je moet je voorstellen als je als 40-plusser thuiskomt met een beker:

“Pap? Gewonnen? Wat vet!!”

“Jazeker, ik ben 1e veteraan!”

“1e veteraan, wat betekent dat?”

Dat ik 39ste ben geworden tussen de gewone mensen, maar dat ik de eerste man boven de 40 jaar ben die is gefinisht. Daar krijg je een beker voor.”

“Aw, minder chill, pa. Ik bedoel, ze geven dus een prijs aan iemand die 39ste is geworden? Deze shizzle ga ik niet op school vertellen hoor, ouwe. Lauwe crap.”

Afijn, afschaffen die handel is mijn aanbeveling. Geen aparte veteranenklassementen! Alhoewel… Hier kom ik in een spagaat. Ik hobbel redelijk talentloos door het survivalcircuit. Ik koppel eens hier en ik recreatierun es daar. Toen ik een paar jaar geleden begon met de survivalsport eindigde ik als sololoper in de middenmoot en als koppelaar in de top tien. Nooit een kans voor een 1e plaats. Zelfs niet in de recreatieklasse. Het enige wat mij op het podium kan brengen dus is...  ouder worden en overleven. Toen ik vorig jaar 50 werd, steeg ik acuut in de einduitslagen 50+. Over 10 jaar ben ik er dan bijna. Maar het zal –als ik nog adem- pas over een jaar of 30 gebeuren: Winnaar van de ’t Stokertje Survivalrun Westerbork 2046, categorie 80+: Frank Schröer. Extreem vette shizzle!!!

Gek loopje!

Door: Frank Schröer, geplaatst op: 31-10-2014


Als ik hardloop, ziet dat er gracieus uit. Ik noem mijzelf wel eens de Usain Bold van de middellange afstand, qua loopstijl.

Of om het wat chauvinistischer te houden: de Dafne Schippers van de survivallopers. Ik loop eigenlijk niet, ik zweef als het ware. Als een vliegend hert tiptoets ik de grond alleen als dat nodig is. In mijn geval en met mijn snelheid is dat bijna niet nodig. Hoe anders is dat met de gemiddelde hardloper of survivalrunner. Lomperiken zijn het. Slagers op dure Nikes. Schotse Hooglanders op geavanceerde Asics. Let maar eens op. Kijk om u heen als u op de fiets of in de auto zit en u komt een hardloper tegen. Doorgaans een miezerig gesjok waar de honden geen brood van lusten. Ook mijn broer heeft zo’n een merkwaardig loopje, of vreemd, gek zo u wilt. Hij schokschoudert een beetje door het survivalveld heen. Het gaat niet hard, het ziet er niet uit, maar hij maakt wel meters.

Nee dan ik.

Hoewel... Een tijd geleden zei een vriendin tegen mijn dochter: je moet het niet tegen je vader zeggen hoor, maar als hij hardloopt ziet dat er wat mal uit. Mmh, ach de mening van één sport-hatende-vriendin zegt meer over haar dan over mij dacht ik nog.

Voorval twee.

Ik werd tijdens de survivalrun in Wesepe aangemoedigd door mijn schoonzus. Behalve hartverwarmende aanmoedigingsteksten riep ze ook nog: “Goh, je loopt op de zelfde manier als je broer.” Hé ho, hoe kan dat nou? Ik loop op dezelfde manier als mijn broer? Dat kan helemaal niet. Ik loop als een gezwinde hinde en hij loopt als een debiel appeltje!

Ok, u voelt hem al aankomen. De nekslag! Deze werd uitgedeeld tijdens de survivalrun in Dronten. Ik werd ingehaald door een survivalatleet die in het voorbijgaan riep: “jij bent zeker een broer van Thomas Schröer?” Ik brulde terug: “Ja, maar hoe weet jij dat nou?”. Het antwoord was meedogenloos: “Je hebt net zo’n gek loopje als je broer”.

Het is nooit te laat om tot zelfinzicht te komen: ik loop als een gebraden ui, een Quasimodo met evenwichtsstoornissen. Kortom: ik heb een gek loopje.

Dus, mocht u als toeschouwer of als deelnemer tijdens ’t Stokertje Survivalrun een debiel appeltje voorbij zien rollen, waarvan u denkt: “Als ik hem was zou ik nooooit gaan hardlopen, dat ziet er toch niet uit?!” Heb meelij en besef dat ik dat ben... Of mijn broer natuurlijk.

Survivalrun: Gewoon doorkachelen

Door: Frank Schroer, geplaatst op: 16-11-2013


Herkent u het beeld? Het beeld van dat jongetje in de gymles dat altijd als laatste werd gekozen als er twee teams moesten worden samengesteld?

De dodelijkste momenten voor een kind dat niet zo lenig is. Leraren die deze techniek nog hanteren zouden moeten worden gewaterboard, gekielhaald of er zouden nog veel ergere dingen met hem of haar gedaan moeten worden. Niet dat ik er toen last van had. Op de basis- en later op de middelbare school was ik een sportieve peer. Altijd als één van de eerste in een team en vaardig in bijna alle sporten. Na mijn scholen heb ik deze lijn voortgezet. Ik werd een constante waarde in mijn volleybalclub. Daar zat trouwens ook meteen de kneep. Ik kon alles, maar niet alles heel goed. Frank Constandse werd ik genoemd. Met een knipoog naar één van de eerste Nederlandse volleyballers die naar de olympische spelen ging in 1964. Die vergelijking ging wat scheef. Constandse was gewoon goed, ik was slechts een constante speler. Ach, ik heb er mee leren leven. Ik ben definitief op de positie van spelverdeler gaan spelen en heb op mijn oude dag zelfs nog in de eerste klasse gespeeld. Op dit moment doe ik mijn set-upjes in de tweede klasse. Naast de volleybalsport ben ik mee gaan doen aan survivalruns. Als recreant weliswaar. Maar toch, ook recreatieruns zijn niet voor sissy’s.

Toen ik in de survivalrun in Wesepe spontaan van armvermoeidheid uit een hindernis kletterde, heb ik mij aangesloten bij ‘Valtjemet uit Westerbork. Want alleen op een mooie glimlach red je het niet in de survivalsport. Dat was mij wel duidelijk geworden.

Als het effe kan train ik daar twee keer per week op belachelijke dingen als korte touwtjes, enteren Spaanse Ruiters en andere hindernissen waar je –zo te voelen na de training- altijd alle spieren voor nodig hebt. Valtjemet bestaat uit doorgewinterde atleten. Bijna allemaal wedstrijdlopers. IJzervreters van twaalf jaar oud tot vuurspuwers van dik in de vijftig. We hebben er een heuse trainster bij die in de top van haar klasse meedoet. Kortom geen kinderachtig cluppie.
Op een mooie trainingsavond had onze trainster het lumineuze idee om met twee teams een estafette over de eindhindernis te doen. Er moesten alleen nog even twee teams worden gekozen. Tja, u voelt hem al aan komen. Tussen al die vuurspuwers en ijzervreters werd ik als één van de laatsten gekozen. Zelfs geen Frank Constandse dit keer. Gewoon Frank de ‘Onderaan de ladder-staande’. Ik moet zeggen een zeer onaangenaam gevoel. En nu? Ga ik de trainster kielhalen, waterboarden of heb ik iets ergers met haar voor? Nee, joh. We hebben het hier over de survivalsport. Da’s niet voor bange mensen. Het betekent meer trainen en gewoon doorkachelen! ’t Stokertje Survivalrun Westerbork komt er immers weer aan.